De zweefvlieg - deel I

July 9, 2020

Vandaag pak ik het anders aan. Ik ga niet met de camera de tuin door, foto's schieten en daar een stukje over schrijven, maar ik ga met de camera in de aanslag op het bankje zitten en wacht wat er mijn aandacht zal trekken. Een vogel, een bloem, een vlinder? Daarvan maak ik dan een foto en schrijf er een stukje over.

Ik installeer me op het tuinbankje. Vlak voor mijn neus bloeit een teunisbloem (Oenothera), stralend geel! Ik stel de camera hierop scherp en schiet een paar foto's. Mooi hoor, met de stuifmeelkorrels erop. Maar de foto is wel een beetje saai, vind ik. Het vraagt om een insect. Dus ga ik weer op het bankje zitten, richt de camera (met macrolens) op de bloem en wacht af. Wie komt er van de nectar snoepen?

Rond de gele papavertjes zie ik een aantal zweefvliegen. Het duurt niet lang of er landt er eentje op de teunisbloem. Ha! Snel focus ik op het insect en stel ik de scherpte in (handmatig). En klik. Klik! Klik! Nu maar hopen dat de foto's scherp zijn en niet bewogen. Zweefvliegen zijn vlug.

 

De foto is niet helemaal scherp, maar de zweefvlieg vind ik bijzonder. Het lijfje is dun en lang; zelfs iets langer dan de vleugels zijn. Via de Insecten groep op FB kom ik erachter dat dit het vrouwtje van de grote langlijf is (Sphaerophoria scripta). Goh! Hoeveel soorten zweefvliegen zouden er in ons land voorkomen? Hoe zien ze eruit? Waar komen ze voor? Waarin onderscheiden zweefvliegen zich eigenlijk van andere insecten?

 

Zweefvlieg herkennen

In de zomer zie je veel zweefvliegen (Syrphidae). Ze komen net als andere bestuivers op de nectar en het stuifmeel van de bloemen af en vallen meteen op door hun kenmerkende vluchtgedrag; ze vliegen korte stukjes en dan opeens lijken ze stil te staan in de lucht. Alsof ze zweven, vandaar hun naam. 

Zweefvliegen hebben vaak kortere antennes dan bijen of wespen. Ze hebben geen taille, zoals de wesp (wespentaille!) en maar één paar vleugels, terwijl bijen en wespen twee paar vleugels hebben. De achterste vleugels zijn gereduceerd tot kleine staafjes met een knopachtig einde, een soort van haltertjes.

Door de vleugels nader te bestuderen kun je uitsluiten dat het niet om een ander insect gaat. Een goede foto kan daarbij (achteraf) helpen, al heb je hiervoor wel een macro- of telelens nodig. 

Zweefvliegvleugels hebben een groot stuk vleugelrand zonder ader. Hier loopt ook geen ader naartoe. Bij vliegen loopt de ader helemaal tot aan het einde van de vleugelrand; bij zweefvliegen komt de ader uit in een dwarsader. Ook hebben zweefvliegen een 'zwevende ader' in hun vleugels, een ader die abrupt stopt en niet bij de rand of in een andere ader eindigt. Zie je beide kenmerken in de vleugel dan weet je zeker dat het om een zweefvlieg gaat.

 

Soorten

Zweefvliegen zijn een familie van insecten uit de orde Vliegen en Muggen - of de tweevleugeligen (Diptera). Het is erg moeilijk om zweefvliegen van andere insecten te onderscheiden.

In Nederland bestaan er meer dan 350 soorten in allerlei groottes en kleuren. De meeste hiervan zijn onopvallend, zoals de kleine gitjes (Cheilosia). Ze hebben een glimmend, licht behaard, donkerkleurig  exoskelet. Als je de soorten gitjes doorneemt die alleen al in Nederland worden waargenomen duizelt je het waarschijnlijk (o.a. blauw gitje, wollig gitje, wipneusgitje, paddenstoelgitje, toortsgitje, bosgitje, dotterbloemgitje en tuingitje).

Een aantal soorten imiteert met hun uiterlijk gevaarlijke insecten om niet te worden opgegeten. Dit heet mimicry. Zweefvliegen zijn echter volkomen onschuldig! Ze hebben geen angel en geen kaken maar alleen een tong en kunnen niet steken of bijten, al lijken ze soms verdacht veel op insecten die dat wél doen met hun geel/zwarte strepen als waarschuwingskleuren of dichte beharing.

De grootste vlieg in ons land is een zweefvlieg, de stadsreus (Volucella zonaria). Deze kan wel 2,5 cm lang worden en lijkt door grootte en kleuren op een hoornaar of wesp. Sommige soorten zweefvliegen hebben prachtige kleuren, maar er bestaan ook donker gekleurde soorten die helemaal niet op de rest lijken. 

Niet alle zweefvliegen hebben een Nederlandse naam. Die namen zijn nogal tot de verbeelding sprekend, ik noemde hierboven al enkele soorten gitjes. Andere soorten zijn: snuitvlieg, pyjamazweefvlieg, halvemaan zweefvlieg, blinde bij - die overigens uitstekend kan zien; dat 'blind' betekent 'onbekend 'of 'onbestemd' - doodskopzweefvlieg, roodkapje, hommelzweefvlieg, citroenpendelzweefvlieg, gewone fluweelzweefvlieg, ivoorzweefvlieg en vliegbokserwaterzweefvlieg.

Mocht je nieuwsgierig zijn geworden: in de fotogids Zweefvliegen van Waarneming.nl staan prachtige foto's van allerlei soorten zweefvliegen.

 

Sexe

Zoals bij veel andere vliegen zien de mannetjes en de vrouwtjes er ongeveer hetzelfde uit: ze hebben zo'n beetje dezelfde grootte en tekening. Er zijn uitzonderingen, zoals bij de blinde bijen.

Meestal kun je aan de facetogen zien of de zweefvlieg een mannetje of een vrouwtje is: mannetjes hebben grote, dichtbij elkaar staande ogen die elkaar soms bijna raken. Vrouwtjes daarentegen, hebben veel kleinere ogen die een stuk verder uit elkaar staan. Natuurlijk bestaan er ook een paar uitzonderingen op deze regel.

Verder hebben mannetjeszweefvliegen allemaal een asymmetrische knobbel op de punt van hun achterlijf. Vrouwtjes hebben daar een gaatje zitten en alles op de achterlijfspunt is symmetrisch.

 

(Bron: Wikipedia: Soortenbank nl; Tuin Thijs; Gardensafari; Natuurtijdschriften nl; Waarneming nl - fotogids zweefvliegen) 

Teunisbloem ^

Teunisbloem met zweefvlieg ^ 

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload