Onkruid vergaat niet

November 30, 2017

We wonen hier nu bijna een jaar en ik begin de tuin hoe langer hoe meer te kennen. Ik weet waar er veel wind waait, waar het erg nat is of te droog. Ik weet waar de zon opkomt en ondergaat. Ik weet welke dieren de tuin bezoeken en ik weet ook welke onkruiden er hier het meeste voorkomen en wáár precies. Dit zijn ze:

Zevenblad (Aegopodium podagraria) - de absolute nummer één hier in de tuin. Ik graaf ze met wortel en al uit en gooi ze in de groene kliko. Ik probeer het hardnekkige zevenblad in toom te houden, maar er helemaal van afkomen doen we niet;

Grote ridderzuring (Rumex obtusifolius) - dit is een lastig onkruid met een lange penwortel. De plant kan wel 1,5m hoog worden. Als je ze probeert uit te trekken blijft er vaak een stukje wortel zitten...dat vervolgens binnen no time weer uitgroeit tot een nieuwe plant; 

Haagwinde (Calystegia sepium) - deze klimplant windt zich rond andere planten. Een snelle groeier. Ze groeien hier vooralsnog alleen in de voortuin. De witte bloemen zijn mooi om te zien en trekken bijen en hommels aan. Als je de planten hun gang laat gaan staat je tuin er vol mee voor je er erg in hebt. Ze overwoekeren andere planten. Graaf ze helemaal uit en zorg dat er geen worteltjes achterblijven die weer uit kunnen lopen. Controleer geregeld of er niet toch nog enkele windes opkomen;

Kleine veldkers (Cardamine hirsuta) - deze zo vroeg in het voorjaar opkomende plantjes kun je eten; ze smaken een beetje naar radijs. De eenjarige plantjes zijn klein. De bloempjes zijn wit. Als de zaden, die vertakt aan de stengel zitten, openspringen zorgen ze voor héél veel nakomelingen. Ze komen vooral in de moestuin op. Mijn vrijwel onhaalbare doel is wieden voor ze in 't zaad komen;

Grote brandnetel (Urtica dioica) - veel vlinders gebruiken de brandnetel om eitjes op te leggen (Rupsen van de dagpauwoog, kleine vos, atalanta en gehakkelde aurelia eten het blad). Achterin de tuin is een wild stukje waar ze hun gang mogen gaan, maar ik wil ze niet op andere plekken in de tuin zien. Ik trek ze met wortel en al uit - met dikke handschoenen aan;

Reigersbek (Erodium cicutarium) - zo op 't eerste gezicht ziet de reigersbek met haar mooi ingesneden blad er best aardig uit (zie foto). Ook de roze bloemetjes zijn lieflijk. Maar o, wat zaaien ze zich hier uit. We komen ze hier zowel in de voor- als in de achtertuin tegen, in groepjes. Gelukkig zijn ze makkelijk uit te trekken. De stengels stinken;

Akkermelkdistel (Sonchus arvensis) - het groeit niet overal hier in de tuin maar is wel hardnekkig op een aantal plekken. De akkermelkdistel krijgt gele bloemen en moet met wortel en al worden gerooid. Achterblijven van de wortel leidt onherroepelijk tot een nieuwe plaag;

Paardebloem (Taraxacum officinale) - de vrolijke zonnetjes in april veranderen in de bekende wollige zaadpluisjes die werkelijk overal terechtkomen en weer uitgroeien tot nieuwe paardebloemen. Ze komen vooral in het grasveld op. Ik steek ze uit met een smal plantenschepje;

Kweekgras (Elytriga repens) - is een veel voorkomend onkruid en een echte woekeraar. Het verankert zich met lange, dichte wortels in de grond. Kweekgras groeit door andere planten heen en kan ze verstikken;

Weegbree (Plantago) - is een hardnekkig, meerjarig onkruid dat bij ons vooral tussen de tegels van het pad en oprit groeit. De bladeren liggen in een rozet op de grond.  Het is een zogenaamde 'tredplant'; het groeit op plaatsen waar veel gelopen (getreden) wordt met een sterke bodemverdichting en weinig zuurstof;

Hondsdraf (Glechoma hederacea) - zo op het eerste gezicht een leuk plantje voor in een natuurlijke tuin. In onze tuin woekert het in de hele achtertuin. Hondsdraf maakt lange uitlopers die soms wel langer dan 1m kunnen worden en groeit ongelooflijk hard. Het is wel makkelijk weg te halen.

Welke onkruiden heb jij eigenlijk in je tuin?

 

  


 

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload