De spreeuwen zijn terug!

March 26, 2018

Toen ik ruim een jaar geleden bij de vorige bewoners de sleutels kwam ophalen en een 'laatste rondje' door huis (en tuin) maakte merkte de vrouw des huizes op: "Dat nestkastje laten hangen; daar zitten elk jaar spreeuwen in." "Wat leuk", antwoordde ik. "Wanneer komen ze?" "Ze komen in maart", zei ze. Al vanaf eind februari hield ik vol verwachting de spreeuwenkast in de gaten. En op een dag was het zover: meneer en mevrouw spreeuw (Sturnus vulgaris) waren terug! Ze namen ietwat aarzelend bezit van hun woning. Eerst brachten ze me een beetje in verwarring; in plaats van het nestkastje met een takje of strootje in hun snavel in te vliegen vlogen ze keer op keer de nestkast uit met nestmateriaal. Door de drukte van de verhuizing hadden we er niet aan gedacht de nestkastjes schoon te maken...

Ergens in april begon het vrouwtje te broeden en na een aantal weken hoorden we de jongen in de nestkast zachtjes en hoog piepen; vooral als we de schuurdeur ernaast dicht deden.

Op een dag zagen we eerst één en later twee grote gele bekken uit het vlieggat steken, bedelend om voedsel! Ik doopte hen 'Becky' en 'Beak'.

Vanaf het terras konden we volgen hoe de jongen door hun ouders gevoerd werden. Dat was echt genieten. We ontdekten dat pa en ma spreeuw, als je goed keek, van elkaar verschilden: het vrouwtje was lichter van kleur en grotere spikkels op haar verenkleed en had een lichtroze ondersnavelbasis. Het mannetje, in gedrag duidelijk feller dan het vrouwtje - hij 'blies' naar ons als wij in de terrasstoelen zaten - had een blauwige ondersnavelbasis en was donkerder van kleur, minder gespikkeld en een prachtige, olieachtige glans op zijn verenkleed. 

Er was zelfs nog sprake van een crisis: één van de jongen bleef met zijn poot in een scheur onder het vlieggat vastzitten (...). Mijn oudste zoon, toen toevallig net op bezoek, klom op de ladder en plaatste een stokje als wig in de scheur en kon toen zo het spreeuwenpootje losmaken en terug in het nestkastje duwen. Met een plofje viel het jong terug in het nest. We waren natuurlijk bang dat de vogel gewond was en dit misschien zelfs niet zou overleven. Tot onze verbazing echter, zagen we de dag erna weer twee grote gele bekken in het vlieggat verschijnen. Gelukkig! Ze maakten het beiden goed.

Na drie weken vlogen de jongen uit. Al eerder had ik een grote struik in pot onder de nestkast gezet om een eventuele val van Becky of Beak te breken. Dat bleek niet nodig: ik was vanuit de bijkeuken toevallig getuige van een succesvolle duikvlucht van jong nummer één. Enkele dagen later volgde nummer twee. Vanuit het struikgewas bedelden Becky en Beak nog dagenlang om voedsel en de ouders waren druk in de weer om ze te voeden. Toen de kersen in de kersenboom rijp waren zagen we het spreeuwengezin nog een paar keer van de kersen snoepen. Daarna waren ze opeens weg; na het broedseizoen vormen spreeuwen groepen en struinen weilanden en velden af op zoek naar voedsel. Ik miste ze.

In het najaar, rond november, trekken de meeste spreeuwen weg naar warmere oorden. Naast de enkele spreeuwen die hier in ons land blijven, komen spreeuwen uit Noord- en Midden Europa massaal naar hier om bij ons te overwinteren. Rond de slaapplaatsen vormen zich dichte zwermen van duizenden spreeuwen. In het broedseizoen leven spreeuwen als paartje samen. 

En nu zijn onze spreeuwen er weer! Ik zag er vier en eentje staat er op de foto, volgens mij een mannetje.

(Bron: De Vogelbescherming Nederland; Natuurpunt België)

 

 

 

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload