Kattenstaarten

Overal in 't land kleuren slootkanten en oevers van poelen, meren en moerassen roze: de kattenstaarten bloeien (Lythrum salicaria). Kattenstaarten zijn inheems in Nederland en België en staan in vochtige grond. De familie van de kattenstaarten heeft ruim vijfhonderd soorten waarvan er bij ons maar één soort in het wild voorkomt: de grote - of gewone kattenstaart.

Hier in de tuin heb ik er een paar in de mini-vijver gezet op een stapeltje stenen. Ze trekken veel insecten aan met hun roze tot paarsrode bloemen aan aren. Na de bloei verschijnen de doosvruchten. Het langwerpige blad lijkt op dat van wilgen.

De wortels van kattenstaarten bevatten tannine en werden vroeger in de leerlooierij gebruikt en ook om wol te verven omdat ze rode kleurstof bevatten.

Kattenstaarten zijn gemakkelijke planten. Hoewel ze in het wild op drassige grond groeien (blijkbaar hebben de zaden vocht nodig om te kiemen), doen ze het ook op droge grond in de tuin. Kattenstaarten zijn prachtige borderplanten en de wilde soort is heel geschikt voor een natuurtuin, want de de plant zaait zich massaal uit. Er zijn verschillende rassen voor de tuin verkrijgbaar, zoals bijvoorbeeld 'Robert' (karmijnrood, 60-80 cm), 'Blush' (lichtroze, 70-90 cm), 'Lady Sackville' (purperroze, 160-180 cm), 'Rakete' (helderrood, 80 cm), 'Stichflamme' (rood, 120 cm) en 'Zigeunerblut' (donkerrood, 120 cm).

De planten zijn heel gemakkelijk te stekken: snijd in het voorjaar jonge uitlopers net boven de grond af en zet ze in een pot, in een mengsel van fijn grind (of scherp zand) en potgrond. Houd de stekjes goed nat. Na zo'n drie weken hebben ze wortels en na een paar maanden kunnen de jonge kattenstaarten worden uitgeplant. Ik hoop dat mijn kattenstaarten zich gaan uitzaaien en zo niet dan ga ik ze stekken.