Tegenslag

October 3, 2018

Het zit flink tegen met mijn gezondheid: ik kan bijna niks doen in de tuin. Heel beroerd en heel frustrerend. Moest aan de volgende uitspraak denken die iemand ooit voor mij opschreef en op 'n kaartje op het prikbord in de keuken hangt: 'Als je jong bent, wil je lichaam alles maar je geest kan nog niet meekomen. Als je oud bent, wil je geest alles maar je lichaam wil niet meer.'

Het meest irritante is dat ik niet eens zo heel oud ben en het nu al flink tegen zit wat betreft gezondheidsklachten. 

Afgelopen weekend ben ik tegen wil en dank tóch de tuin in geweest met flink wat pijnstillers achter m'n kiezen. En o, het was heerlijk om buiten in de zon bezig te zijn. Behoedzaam deed ik de ene na de andere lichte tuinklus en genoot (plantte een varen uit in de border, snoeide wat takjes van de vlinderstruiken, haalde de geraniums en Echeveria's vast naar binnen). En toen stopte P. me, want dit was niet goed. Al gauw kreeg ik spijt van m'n tuinwerk. Mijn lichaam protesteerde heftig: pijn. Veel pijn.

En nu ben ik somber. Want hoe moet het nu verder met de tuin als ik vrijwel niets meer kan? P. kan niet alles doen. Daarnaast is de tuin m'n lust en m'n leven. Hoe zal het zijn als ik écht oud ben? Een tuinman nemen kunnen we ons jammergenoeg niet veroorloven en mijn zonen wonen te ver weg en hebben hun eigen leven. Mijn toekomstperspectief valt in duigen. Alles wat ik mij heb voorgenomen en voorgesteld, net zo actief blijven als mijn moeder toen ze ouder werd - nieuwe dingen ondernemen, veel tuinieren, matig zijn met eten, kortom: gezond en gelukkig blijven tot op hoge leeftijd - lijkt voor mij niet te zijn weggelegd. En dát doet pas pijn.

Moeten we misschien denken aan verhuizen, oppert P. NEE! Ik moet er niet aan denken. Onze plek tussen het groen met de vogels, vlinders, kikkertjes en andere diertjes opgeven? Dat kan ik niet. 

Het moet anders, ik moet dingen (los)laten. Dat is heel moeilijk en ik zal daar beslist nog heel wat tranen om laten.

De tuin moet onderhoudsvriendelijker. En dan bedoel ik niet bestraten of borders leeghalen en daar gras in zaaien (...). Zolang het gras wordt gemaaid - door P. of soms een stukje door mij - en we de uit z'n klauwen gegroeide, kaal wordende coniferenheg straks maar - laten - aanpakken oogt de tuin nog een beetje. Maar wat dan met de moestuin en het onkruid in de borders en tussen de tegels? Dáár zit 'm het meeste werk in. Ik ben er nog niet uit of eigenlijk juist wél: dat kan ik al bijna niet meer. Maar, ik wil er nog niet aan want mijn geest wil alles nog en mijn lichaam moet maar een klein beetje meekomen.

 

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload