Tortelduifjes

January 7, 2019

Vogels fotograferen is zo lastig! Voor je het weet zijn ze alweer gevlogen... De laatste paar maanden probeer ik de twee Turkse tortels (Streptopelia decaocto), die zich hier in de tuin ophouden te fotograferen. Ze zijn altijd samen en zitten meestal in de wilde kers bij het terras. Het is ontroerend om te zien hoe ze elkaar liefkozend 'kopjes geven', zittend op een hoge tak, dicht tegen elkaar aan. Als een verliefd stel, als twee tortelduifjes! Als ik ze zie zitten probeerde ik zachtjes, gewapend met camera, de terrasdeur te openen om buiten een foto te maken. Maar de terrasdeur klemt nogal en gaat pas open als je je volle gewicht ertegenaan gooit en dan ook nog eens met een luide bonk. Voor de tortelduifjes is dit sein om ogenblikkelijk weg te vliegen. Gevaar! Daarom maakte ik maar foto's vanuit huis, al is het resultaat is niet om over naar huis te schijven. 

De Turkse tortel is een sierlijk, bruingrijs duifje met een zwart-witte band om z'n nek en een contrasterende donkerrode iris. In de vlucht zijn de lichte vleugeldelen en de witte staartzoom goed te onderscheiden. 

Turkse tortels zijn bijna altijd met z'n tweeën. Hun kenmerkende gekoer - wie kent het niet? - is meestal 'n drielettergrepig 'roe-KOE-koe'. Vrouwtjes koeren wat zachter en hoger dan mannetjes (houtduiven koeren meestal in vijf lettergrepen; 'roe-KOE-koe...koe-koe').

Wat Turkse tortel weetjes. Wist je dat Turkse tortels 3 tot 6 (uitzonderlijk zelfs 9) legsels per jaar grootbrengen? De broedtijd bedraagt slechts 14-18 dagen. Het vrouwtje broedt ’s nachts en wordt in de ochtend afgelost door het mannetje die vervolgens zo'n 8u op de eieren zit. De jongen uit het eerste legsel zijn al na een paar maanden geslachtsrijp en kunnen zich over grote afstanden verspreiden. Kortom, de Turkse tortel is een zeer succesvolle vogelsoort.

Oorspronkelijk komt de Turkse tortel uit Klein-Azië, tot in India, Zuid-China en Korea. Pas tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog was de Turkse tortel in het grootste deel van Europa te vinden. In de jaren '50 werden de eerste broedgevallen in Nederland en België gemeld. Sindsdien is het aantal Turkse tortels razendsnel toegenomen. Ze komen nu in heel Europa voor, behalve op IJsland.

Turkse tortels vind je daar waar mensen zijn, in de buurt van bebouwing. Bij graansilo’s of in de haven, aan loskades van graanschepen, kunnen soms wel honderden Turkse tortels zitten. Ook vind je ze vaak in stadsparken en in de buurt van kippenrennen en pluimveehouderijen. Je vindt ze nauwelijks in afgelegen bossen en natuurgebieden. 

Turkse tortels hebben een voorkeur voor plantaardig voer. Ze zijn gek op zonnebloempitten, gemengd zaad, gebroken maïs en granen in de winter en zitten liever op de grond dan op de voedertafel.

Ook water om te drinken of om in te badderen is welkom. Een conifeer om in te broeden volstaat om een Turkse tortel aan te trekken in de tuin. Hun nest is niet meer dan een bosje takken, dat de eieren nauwelijks beschermt. Ook broeden ze vaak bovenop nestkasten.

 

(Bron: De Vogelbescherming; Natuurpunt)

 

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload