Over voorzaaien

March 14, 2019

Voorzaaien is zo leuk! Ik vind het moeilijk om maat te houden, enthousiast als ik ben. De laatste jaren stonden niet alleen de vensterbanken in de keuken en bijkeuken vol, maar ook het buffet en de wasmachine. Vooral dat laatste was nogal onhandig en de schone, natte was zat dan ook regelmatig onder de tuinaarde, zodat ik sommige dingen weer opnieuw kon wassen.

 

Voorzaaien is lastig

Het binnen opkweken van plantjes was lastiger dan ik dacht. De omstandigheden zijn niet altijd optimaal. Er is maar van één kant licht op de vensterbanken en het is binnen vaak te warm. Vooral als de zon op het huis staat kan het achter het glas flink heet worden. Mijn zaailingen stonden vooral in de bijkeuken, met ramen op het zuidwesten. Dit resulteerde in lange, pierige zaailingen, die allemaal naar het licht toe groeiden. Toen ik vorig jaar in de lente nog eens de proef op de som nam en pronkerwt (Lathyrus odoratus) direct in de volle grond zaaide, zag ik het verschil: de zaailingen buiten in de moestuin zagen er gezonder en compacter uit dan de dunne sprieten in de vensterbank, die ik eerder voorzaaide.

Met het voorzaaien van sommige gewassen, zoals paprika, was ik te laat. Een paprika is een tropische plant en heeft een minimale temperatuur van 20 ℃ nodig - dag én nacht - zowel om te kiemen als te groeien (dit geldt ook voor pepers, aubergine, enz.). Er was niet genoeg tijd meer om überhaupt een oogst te geven.  

Dan was er ook nog het water geven. Ik goot met een gieter, en dan geef je al gauw teveel water, zodat er zich al gauw schimmels vormden op de turfpotjes. Over 'teveel' gesproken; ik kwam er al snel achter dat het zaaien in speciale 'zaai & stekgrond' echt beter is dan het zaaien in potgrond. Zaailingen hebben niet veel voedingsstoffen nodig en kiemen en groeiden beter in wat armere grond.

Ik ben wat wijzer geworden. Dit jaar moet het anders. Voorzaaien doe ik:

  1. Zo min mogelijk. Alles wat géén voorsprong nodig heeft en ik later direct buiten in de volle grond kan zaaien ga ik niet voorzaaien. Ook de paarse wortels niet (zie tuinstukje);

  2. Niet te vroeg, zodat de planten als ze daaraan toe zijn naar buiten kunnen als de dagen langer zijn en de temperatuur hoger. Maar hierop zijn uitzonderingen, al teel ik dit jaar geen paprika. 

Waarom voorzaaien

Met het voorzaaien van planten verleng je het groeiseizoen en geef je de planten een voorsprong.

Bij tomaten bijvoorbeeld, duurt het wel een maand of vier voor je tomaten kunt oogsten. Als je ze voorzaait kunnen de tomatenplaten als het warm genoeg is, meestal eind mei, naar buiten. Zou je eind mei pas beginnen met zaaien dan is het te laat om in ons klimaat een goede oogst te krijgen omdat in het in september al afkoelt en je niet veel opbrengst krijgt. Als de tomatenplanten eind mei naar buiten gaan kun je vanaf eind juli de eerste tomaten oogsten en met een beetje geluk kun je tot in oktober tomaten plukken.

 

Welk planten voorzaaien

Voorzaaien doe je vooral bij planten die uit de tropen komen, zoals pepers, tomaten, aubergines, komkommer, courgette, paprika's, basilicum, etc. Deze soorten houden van veel warmte en hebben een lang groeiseizoen nodig om een maximale opbrengst te krijgen. Ze kunnen niet tegen nachtvorst en pas na de IJsheiligen (11 t/m 15 mei) is de kans hierop nihil.

Knolselderij is ook een gewas dat je heel goed kunt voorzaaien. Het heeft niet alleen veel tijd nodig om te kiemen, maar ook om uit te groeien tot knol.

Het binnen laten kiemen van zaden heeft nog een pluspunt: de vogels of de slakken kunnen de zaden en kiemplantjes niet opeten! Ik kwam er vorig jaar achter dat slakken dol zijn op jonge goudsbloem zaailingen (Calendula officinalis)! Zodra de plantjes groter zijn en de stengels haartjes hebben blijven de slakken er af.

Kruiden als basilicum (Ocimum basilicum), dat oorspronkelijk uit Zuid-Azië en tropisch Afrika komt, kun je ook heel goed binnen opkweken. Dat kan trouwens het hele jaar rond, maar hierover meer in een volgend tuinstukje.

Denk ook eens aan voorzaaien van geraniums (Pelargoniums) en andere warmteminnende eenjarige planten zoals doornappels (Datura), siernetel (Coleus) en bjivoorbeeld het purperklokje, ook wel Mexicaanse klokken (Rhodochiton) - een exotische klimplant uit Mexico. Ze kiemen en/of groeien niet snel maar oh, wat worden het prachtige planten! 

N.b.: De meeste geraniums (Pelargonium) zijn vaste planten, of zelfs heesters, maar ze worden bij ons en andere landen waar het 's winters koud is als eenjarigen gekweekt.

 

Wanneer voorzaaien

De zaailingen van vruchtgewassen als courgette, pompoen en komkommer groeien erg snel. Daarom moet je ze niet te vroeg voorzaaien maar pas rond eind april-begin mei, zodat ze half/eind mei de volle grond in kunnen. Ze hebben tijdens de kieming en de groei veel warmte nodig, op z'n minst 20℃. Courgette zaai je het beste meteen in grotere potten zaaien, omdat ze niet van verplanten houden.

Andere soorten, zoals aubergines, pepers en paprika's, moet je juist wél vroeg zaaien. Dat kun je al na half januari doen. De planten gaan dan in maart/april gaan bloeien. Als je de planten buiten uitplant zijn ze dun, maar trekken gauw bij.

Knolselderij is ook een gewas dat baat heeft bij voorzaaien. Knolselderij heeft veel tijd nodig tot kiemen, en ook om uit te groeien tot knol. Je kunt knolselderij in januari al voorzaaien (zaadjes nauwelijks met aarde bedekken), meteen in wat grotere potjes waar de planten in kunnen blijven tot ze in mei naar buiten kunnen. Knolselderij planten houden net als courgette, ook niet van verpotten. 

Een moestuinkalender is handig om te zien wanneer je wat moet voorzaaien, buiten moet zaaien of planten, oogsten, etc. Je kunt ook een zaaikalender zoeken op 't internet en deze uitprinten. Vooral als je een beginner bent met voorzaaien, of daar net als ik nog niet zo heel veel ervaring mee hebt, is die hard nodig! Leer van anderen (en van je fouten). Een zaaiagenda kan ook nuttig zijn. Hierin kun je ook nog aantekeningen maken.

 

Tips bij het voorzaaien 

Het voorzaaien op zich - het binnen planten opkweken tot ze sterk genoeg zijn en naar buiten kunnen - is niet zo moeilijk, maar het kiemen en laten opgroeien van de planten kan dat wél zijn. Je moet zorgen voor de juiste omstandigheden en weten wat je doet. Tips bij het voorzaaien:

  1. Bedenk eerst of het wel de moeite waard is om te gaan voorzaaien en zaai gewassen die tegen verplanten kunnen. Bonen, bijvoorbeeld, kun je beter direct op de plaats van bestemming zaaien, net als radijsjes; 

  2. Zaai niet te vroeg maar liever zo laat mogelijk. Zaden moeten genoeg licht en warmte hebben om goed te kiemen en te groeien. Het moet ook niet te koud zijn als de plantjes eraan toe zijn om buiten te worden uitgeplant

  3. Houd je aan de instructies op het zakje. Sommige zaden moeten bijvoorbeeld 'n nachtje voorweken in warm water, zoals zaad van pronkerwt (Lathyrus odoratus);

  4. Gebruik schone bakjes en/of potjes van een goed formaat. Zaaitrays zijn handig, als je de ruimte hebt. Tuinders gebruiken deze ook vaak; in elk vakje komt één zaadje. Bij zaaien in een tray moet je op tijd verspenen; zodra de worteltjes aan de onderkant van de tray zichtbaar zijn, moeten ze worden overgezet in grotere potjes of bakjes. Je kunt ook direct al in wat grotere plastic potjes zaaien, bijvoorbeeld in P9-potjes (9 x 9 cm) of plastic vlees- of groentebakjes gebruiken. Zaaien gaat ook goed in kartonnen wc-rolletjes. Later kun je de zaailingen met wc-rol en al uitplanten, het karton vergaat in de grond;

  5. Zaai in verse grond, bijvoorbeeld speciale zaai- & stekgrond. Je kunt ook je eigen zaaigrond mixen: meng potgrond van goede kwaliteit met 1/5 deel grof brekerzand (grof soort zand met kleine steentjes), of met 1/10 brekerzand + 1/10 vermiculiet. Zo krijg je grond met een goede structuur en drainage, waarin je bijna alle zaadsoorten kunt zaaien. Dit geeft ook een stevig zaaibed. Neem nooit alleen potgrond; die is te rijk en zaailingen kunnen hier niet goed tegen;

  6. Koop niet te veel zakjes zaad tegelijk! Alle zaden hebben een beperkt kiemvermogen (zie ook 8) en er zit meestal veel te veel in één zakje;

  7. Ga je voor 't eerst voorzaaien? Houd het simpel. Begin met gemakkelijke soorten, zoals eenjarigen, bijvoorbeeld goudsbloem (Calendula), Oost-Indische kers (Tropaeolum), juffertje in 't Groen (Nigella), cosmea (Cosmos bipinnatus) of Afrikaantjes (Tagetes). Deze kiemen al binnen 1-2 weken op een licht, zonnig plekje, niet te warm (rond 16℃). Verspenen is ook niet zo lastig;

  8. Let op de houdbaarheid bij de aanschaf van zaden. Bloemen en groenten kun je soms 3-6 jaar bewaren, maar uien en prei behouden amper 2 jaar hun kiemkracht. Ook de manier van bewaren is van invloed op de houdbaarheid van zaden. Bewaar de zakjes met zaden op een droge, koele en donkere plek;

  9. Zaai niet te diep. Op het internet staan verschillende adviezen, van een diepte van ongeveer 1½-2 x het formaat van het zaadje tot drie keer zo diep als de zaden groot zijn. In ieder geval kun je grotere zaden, zoals die van peulvruchten, dieper zaaien dan kleine zaadjes. Hoe dieper je zaait, hoe langer de zaden erover doen om te kiemen en hoe meer kans op rotten. Ik neem het gemiddelde, dus bedek een zaadje van 1 mm met 2 mm zaaigrond;

  10. Zaai niet te dicht op elkaar. De plantjes hebben voldoende ruimte nodig om te groeien. Staan ze toch te dicht, dan moet je ze verspenen. Doe dat zodra de eerste echte blaadjes verschijnen;

  11. Zaai een beetje extra. Niet alle zaden ontkiemen! Ik zaai straks maar drie zaadjes van de courgette omdat ik maar 1, hooguit 2 plantjes kwijt kan. Als ze alle 3 opkomen geef ik ze weg;

  12. Houd wat zaad achter. Als de zaden niet kiemen of als de zaailingen doodgaan kun je nog een keer zaaien;

  13. Zet de potjes/bakjes/zaaitrays op een koel plekje, bijvoorbeeld een onverwarmde slaapkamer of een koude kas. Binnen is het vaak te warm! Een temperatuur van zo'n 15℃ is beter;

  14. De zaailingen hebben heel veel licht nodig! Grote ramen op het zuiden zijn ideaal, of daglicht van boven (dakraam). Als het te heet wordt in de zon kun je de zaailingen afschermen met kranten of placemats. Zelf draai ik de kweekbakjes en potjes regelmatig, als ze scheef gaan groeien. Bij te weinig licht kun je ook een speciale kweek- of groeilamp gebruiken;

  15. Plaats etiketten of plantenlabels! Ze zijn kant & klaar te koop maar je kunt ze ook zelf maken van plastic yoghurtbekers, bakjes van 'de Chinees' e.d., oude luxaflex of kunststof lamellen, ijslollystokjes, enz. Ik probeerde het vorig jaar met 'houten' ijslollystokjes, maar het schrijven erop met stift (permanent marker) beviel niet, dus ik houd het op plastic. Mijn plastic plantenlabels kan ik hergebruiken; met 'n schuurmiddel (Cif) kun je ze weer schoon maken;

  16. Geef niet teveel water! Gebruik een plantenspuit en voel elke dag hoe de grond voelt. En dan nog; soms lijkt het of de plantjes water nodig hebben maar onder het droge bovenlaagje kan de grond toch nog vochtig genoeg zijn. Als de zaailingen zijn verschenen kun je het beste van onderuit water geven. Dit zet de wortels aan tot groeien;

  17. Sommige zaden kun je binnen direct in potjes zaaien. Ik noemde courgette al, maar ook pompoenen, komkommers en meloenen groeien erg hard en houden niet van verspenen. Ook knolselderij kun je beter direct in potjes zaaien.

Bijzondere zaaimethodes

Een aantal gewassen heeft bijzondere zaaimethodes, en het laten kiemen van deze zaden vraagt wat meer tijd en aandacht. Er bestaan lichtkiemers, die licht nodig hebben om te kiemen en je bij het zaaien niet bedekt met aarde. Voorbeelden hiervan zijn (knol)selderij, sla, peterselie, winterpostelein, kamille, tabak en ook graszaad. Besproei de zaden na het zaaien licht met een plantenspuit en doe dit de dagen erop een paar keer per dag. De zaden zijn bijzonder gevoelig voor uitdroging.

Koudekiemers hebben kou nodig om te kiemen. Voor sommige koudekiemers is een lange koude periode nodig en voor andere koudekiemers is een kortere periode in het voorjaar of najaar al voldoende. Er zijn ook soorten die vorst nodig hebben om later goed te kunnen kiemen in een warmere periode. Roomse kervel is er zo een. Je kunt het zaad een tijdje in de diepvries leggen om de winterse kou na te bootsen.

Voor andere zaden is het goed om ze voor te weken in warm water. Vaak hebben deze soorten zaad zo'n dikke zaadhuid dat deze vooraf wat opgeschuurd kunnen worden. Dit bewerken heet scarificatie. In de natuur gebeurt dit door steentjes en zand, die vooral door de werking van weer en wind de zaadhuid wat beschadigen. Je kunt de natuurlijke erosie nabootsen door de zaden tussen twee velletjes schuurpapier van gemiddelde korrelgrootte te wrijven, en de zaadhuid wat open te schuren. Doe dit niet teveel, je mag 'het oogje' niet beschadigen. Beter is aanvijlen met een vijl of stuk voor stuk met schuurpapier (..).Pronkerwt (Lathyrus odoratus), lupine (Lupinus) en klimmende winde (Ipomoea) hebben dit nodig. Eerlijk gezegd vind ik dit een hoop gedoe en weet uit ervaring dat de zaden ook wel opkomen als je de zaadhuid niet opschuurt en slechts voorweekt, alleen duurt het kiemen dan langer.

 

Ik heb inmiddels de eerste kruiden en tomaten voorgezaaid: rode basilicum (Ocumum basilicum 'Chianti'), koriander (Coriander sativum Marino) en tijgertomaten (Solanum lycopersicum 'Tigerella'), een middelgrote tomatensoort met geeloranje lengtestrepen, net een tijgervel.

Basilicum houdt net als tomaten van veel warmte. Eigenlijk kun je basilicum het beste in een kas telen, maar in de vensterbank lukt het ook wel. 

 

(Bron: Diana's mooie moestuin; Tuinhoekje.nl; Makkelijke Moestuin; Velt; Cruydthoeck)

 

 

 

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload