Aardperen

March 18, 2019

'Wil je hier nog wat van?' vraagt de overbuurman. Hij loopt naar 'n hoek van de overkapping, buiten, waar een grote doos vol grillige knollen staat. 'Wat is dat?', vraag ik. 'Het lijken wel gemberwortels!' 'Aardperen', zegt de buurman. 'Je mag er zoveel van hebben als je wilt, ze gaan toch naar de konijnen'. 'Ah, Jerusalem artisjok', zeg ik. Helaas heb ik er geen plaats meer voor, in de moestuin. We bekijken samen de dahliaknollen, die hij ook onder de overkapping heeft liggen, keurig netjes in kranten verpakt, onder vliesdoek. Klaar om de grond in te gaan.

Ik blijf aan de aardperen denken. Ze zijn toch wel heel leuk. Krijgen ook van die vrolijk gele bloemen, dat is ook goed voor de bijen. En dat geel zou mooi zijn bij het rood van de zonnebloemen en het paars van het kaasjeskruid. Het plaatje zit al in mijn hoofd. Als ik er nou eens een paar nam? 'Ik wil er eigenlijk toch wel een paar hebben' zeg ik. 'Al wil je er honderd', zegt de buurman. Ik pak er eerst drie...en dan nog twee. En nog later een zakje vol, voor in de moestuin van mijn zoon.

En nu heb ik aardperen (Helianthus tuberosus)! Dank je wel, buurman. In Frankrijk heten ze topinambour, in Engeland Jerusalem artichoke. Dat 'Jerusalem' zou, naar men denkt, een verbastering zijn van het Italiaanse 'girasole', wat 'zonnebloem' betekent.

Ik heb ze al geplant, in een hoekje van het laatste zaaibed in de moestuin (10 cm diep). Maar ik denk dat ik ze er weer uit ga halen en ze in het achterste gedeelte van de moestuin ga herplanten. Want ze kunnen behoorlijk woekeren, lees ik. En hoe moet dat straks met de vruchtwisseling?! 

Aardperen doen het overal, ook op wat armere grond. Alleen in te natte grond rotten de knollen weg. Ze houden van de zon, maar groeien ook in de schaduw, al worden ze daar minder hoog. De plant kan wel drie meter hoog worden! Je kunt ze zelfs als windbreker gebruiken of ze een lelijke schuur of muur laten afschermen.

Aardperen komen uit Noord-Amerika. De Franse ontdekkingsreiziger, Samuel de Champlain, zag ze bij de Huron indianen, die ze als voedsel verbouwden. Hij beschreef ze in 1605 én nam er wat van mee naar huis! Nog steeds zijn er vooral in Frankrijk veel aardperen.

Aardperen smaken, schijnt het, rauw een beetje naar walnoot en gekookt naar artisjok. Je hoeft ze niet te schillen en kunt ze net als aardappels koken, bakken of er puree, chips of soep van maken. De Aardpeer combineert uitstekend met bospaddestoelen (cantharellen!), vlees en kip, maar is ook  geschikt om heel vers, rauw te gebruiken in salades. Lekker knapperig! Of eet ze samen met andere 'vergeten groentes'; blancheer ze kort en doe ze daarna in de oven. Maar let op: ze zitten vol inuline, en dat geeft bij sommige mensen winderigheid en darmkrampen. Inuline is een stofje dat als reserve in de wortels van sommige planten wordt opgeslagen, net zoals zetmeel. Het zit vooral in de wortels van planten die in matig koude grond groeien, zoals aardpeer, artisjok, cichorei, schorseneren, paardebloem en dahlia. Het beschermt de plant ook tegen bevriezing. Diabetici hebben wel baat bij inuline.

Aardperen plant je in 't voorjaar. Rond november kun je de ze oogsten. Wat je nodig hebt graaf je op, de rest - en ook te kleine knolletjes - kun je gewoon in de grond laten zitten. Sommigen zeggen dat de knollen het lekkerst smaken als de vrieskou eroverheen is gegaan, net zoals boerenkool! Dan worden er suikers aangemaakt en smaken ze wat zoeter.

 

(Bron: Trouw; Koksland.nl; Wikipedia) 

  

 

 

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload