Veel voorkomende ziektes en plagen bij rozen

June 9, 2019

Ik vertelde het in het vorige tuinstukje al: vrijwel alle rozen in onze tuin zijn ziek. Bij één klimroos aan de voorkant van het huis zijn de bloemknoppen zelfs zo misvormd dat ze niet eens meer opengaan. De roos heeft allemaal zwarte vlekjes op het blad van de sterroetdauw of blackspot. Het is treurig om te zien en dat ook nog eens vlak voor het raam. De roos moet weg en ook al het afgevallen blad moet van de grond worden verwijderd om te voorkomen dat de sporen zich in de grond nestelen en daar overleven. Dat leerden we van de tuinbaas van de historische tuin van kasteel Amerongen, waar ik jaren geleden als vrijwilliger in de tuin werkte. Hij was als de dood voor schimmel in de rozentuin bij de Oranjerie. 

Bladluizen, die meestal op groeipunten zitten, wrijf ik fijn of spuit ik weg met een flinke waterstraal uit de tuinslang.

Met schaamte moet ik bekennen dat ik de rozen nog nooit goed heb verzorgd door ze op de juiste manier te snoeien (ik deed dat op gevoel) en te bemesten. Dat ga ik nu maar wél doen, al is het te laat voor de klimroos vóór, die vol zit met sterroetdauw. Misschien dat ik de andere rozen nog kan redden?!

Van de schimmelinfecties is echte meeldauw het minst schadelijk. Het blad blijft vaak nog redelijk aan de struik zitten, en vaak groeit de roos er gedurende het seizoen wat 'overheen'. Roest en sterroetdauw richten meer schade aan, omdat het uiteindelijk leidt tot verdroging en afvallen van het blad, enz.

Heel belangrijk is de keuze van de juiste standplaats bij rozen. Te natte, maar ook te droge grond, te weinig voedsel en een gebrekkige luchtcirculatie bevorderen in hoge mate het ontstaan van ziekten. Onze met sterroetdauw aangetaste klimroos aan de voorkant van het huis is hier een goed voorbeeld van: deze staat te dicht bij de muur (te droog); aan de voet staan boerenhortensia's (slechte luchtcirculatie) en ik heb de roos nooit goed bemest (te weinig voedsel).  

 

De meest voorkomende ziektes en plagen bij rozen

Echte meeldauw (Uncinula necator)

Witte, poederachtige schimmel, die je er zo vanaf kunt wrijven. Het begint meestal bovenop het blad maar kan zich op alle bovengrondse delen van de plant ontwikkelen. Bij aangetaste planten neemt de groei flink af en de bladeren of plantendelen worden geel en misvormd. Als de aantasting ernstig is vallen er veel bladeren af en sterven de planten. Echte meeldauw ontwikkelt zich sneller bij warmere dagen en koude, vochtige nachten. De schimmel overwintert in de knoppen en het oude, aangetaste hout. Bestrijding is mogelijk door te spuiten met een aftreksel van heermoes of met een zwaveloplossing.

 

Valse meeldauw (Plasmopara viticola)

Gele of bruine vlekken op het blad en schimmelpluis aan de onderzijde van het blad die je niet kunt afhalen. Valse meeldauw lijkt wel wat op echte meeldauw maar kent toch enkele verschillen: de schimmel overwintert in afgevallen blad en andere resten op de grond. Als het langdurig vochtig weer is, of hard geregend heeft kan de schimmel zich explosief naar boven verspreiden over de hele plant. Als ook de bloemen worden aangetast gaan ze niet of slecht open (dit gebeurt ook wel in een periode met veel regen, maar als de bloemen bij normale weersomstandigheden slecht opengaan heb je zeer waarschijnlijk te maken met valse meeldauw). Het blad wordt uiteindelijk bruin en verdroogt. De aangetaste planten kunnen niet genezen. Snoei aangetaste toppen en blad weg tot op een goed vijfblad en verwijder de aangetaste delen in gesloten zakken en voer ze af. Vervolgens kun je spuiten met een schimmeldodend product.

Echte meeldauw ^

 

Sterroetdauw of Blackspot (Diplocarpon rosae)

Donkerpaarse of zwarte vlekken op het blad die zich snel uitbreiden. Het weefsel eromheen kleurt soms geel, zodat er geelomrande zwarte vlekken ontstaan. Het blad verdroogt en wordt geel. Je hoeft deze blaadjes maar even aan te raken of ze vallen voortijdig af, als ze al dat al niet vanzelf deden. Als de roos meerdere jaren achtereen last van sterroetdauw dan zal deze steeds verder verzwakken. Sterroetdauw is heel hardnekkig en moeilijk te bestrijden. De schimmel overwintert op de afgevallen bladeren. Je kunt nog proberen te spuiten met een fungicide of schimmelwerend product. Vital (Ecostyle) is op basis van vetzuren en plantenextracten. Daarnaast kun je de weerstand van de zieke roos verhogen. Hier voor zijn ook speciale middelen verkrijgbaar.

Bij een zware aantasting in de zomer kun je de hele plant beter tot ca. 30 cm boven de grond afsnoeien en alle aangetaste delen in weggooien (grijze bak). Verzamel ook alle blaadjes van de grond. De schimmel overwintert als sporen in de grond, waardoor ze de roos het volgende jaar weer kunnen infecteren.

 

Roest (Phragmidium tuberculatum)

Roest komt minder vaak voor en is een beetje ras-afhankelijk; bepaalde rassen zijn hier meer gevoelig voor. Het begint met oranjegele stipjes op de bladeren. Later raakt de de onderkant van het blad bezaaid met kleine, oranje opliggende puntjes; de sporenhoopjes. Deze worden na enkele weken steeds donkerder. Aantasting met roest leidt vaak tot vervroegde bladval, zware aantasting tot ernstige groeiremmingen, massale bladval en uiteindelijk afsterven van de hele plant. Al het aangetaste blad moet direct verwijderd worden (zonder de sporen verder te verspreiden), omdat de roest anders de hele plant aantast. Tevens bijmesten met een kalihoudende meststof. Eventueel bespuiten (Vital of een ander vergelijkbaar middel).

Sterroetdauw op de klimroos vóór het huis ^  

Ook de klimroos ernaast is nu aangetast met sterroetdauw ^

 

Zwarte rozenbladroller (Grapholita tenebrosana)

Dit is een mot, die eitjes in rozenblad legt en tegelijkertijd een stofje inspuit dat het blad doet omkrullen. Eind april/begin mei verschijnen de rupsjes. Ze beschadigen de rozen door samenspinnen en vreten eerst aan de jonge scheuten en uiteindelijk ook aan de bloemknoppen. Bij verstoring laten de larven zich naar de bodem zakken.

 

Rozenbladwesp (Arge pagana; Arge ochropus en Blennocampa phyllocolpa)

De rozenbladwesp is geen echte wesp, maar behoort tot de bladwespen. Er zijn enkele soorten. De wesp leg eitjes op het blad en spuit tijdens het eitjes leggen een sap in dat voor het opkrullen van de bladeren zorgt (begin groeiseizoen). Het gekrulde blad hangt er dan lusteloos bij. In de blaadjes zit een 1 cm kleine, groene larve die van de bladeren eet. Na vergeling verschrompeld het blad en valt af. Meestal valt de plaag van de rozenbladwesp mee. Je kunt het aangetaste blad eraf knippen en weggooien in de vuilnisbak, niet bij het tuinafval of de composthoop, anders gaat de cyclus gewoon door. Omdat de rozenbladwesp maar één generatie per jaar vormt, is bestrijding meestal niet nodig. Na de voorzomer is het probleem voorbij. Bij sterke aantasting kun je eventueel met een milieuvriendelijk middel op basis van pyrethrum spuiten. Deze spray, die wordt gemaakt uit de margrietachtige bloemhoofdjes van de Pyrethrum plant, is meestal bij de grotere tuincentra verkrijgbaar. Natuurlijke vijanden van de rozenbladwesp, zoals wantsen, sluipwespen en vogels zijn vaak een betere oplossing.  

 

Bladluizen

Ze zijn slechts twee tot vier millimeter groot, maar meestal verschijnen ze in grote getale. Bladluizen zitten bij voorkeur op jonge scheuten, omdat daar de meeste voedingsstoffen inzitten. Met hun zogenaamde stiletten - stekende en zuigende monddelen - zuigen ze de plantensappen op. Daardoor verzwakt de plant en de bladeren worden geel en vallen af. In het ergste geval gaan de planten dood bij een flinke bladluis aantasting omdat ze te veel groeikracht verliezen en ze als jonge plant weinig reserve hebben om weerstand te bieden. Naast het opzuigen van sappen dragen bladluizen onder meer ziekten en virussen over. De honingdauw die de bladluizen uitscheiden is ook een voedingsbodem voor een andere schimmel, zwarte roetdauw (zwartachtige aanslag op de bladeren). Deze treedt uitsluitend op in combinatie met blad- of schildluizen.  

Door lavendel, dille of sieruieen (Alllium) bij de rozen te planten houd je de luizen op afstand. Ze houden niet van de sterke geur. Ook Afrikaantjes (Tagetes) houden luizen weg. Een beginnende luizenaantasting is vaak redelijk te bestrijden door de luizen van het blad af te vegen en fijn te wrijven, of door de luizen met een stevige waterstraal van de planten te spuiten. Na de tweede helft van juli verdwijnt de plaag meestal vanzelf. 

Bladluizen kunnen uitstekend worden bestreden door hun natuurlijke vijand: het lieveheersbeestje. De meest geschikte soort hiervoor is de het inheemse, tweestippelig lieveheersbeestje (Adalia bipunctata). Hun larven zoeken zelf de bladluizen op. Je kunt de larven via webshops bestellen (Ecostyle, Biocontrole; BioGroei - België) of bij goed gesorteerde tuincentra kopen.

Een beproefd middel tegen luizen is een mengsel van groene zeep en spiritus: meng 20 gr groene zeep (zonder chemische bijvoegingen), 20 ml spiritus en 1 l lauw water en spuit dat over de planten met een plantenspuit. Ook brandnetelgier en water met uienextract zijn effectief, zie vorig tuinstukje.

Aangetast rozenblad ^

Bladluizen ^

 

(Bron: Home and Garden; Groei & Bloei - afdeling De Langstraat; Zaadhandel en Tuinwinkel Van der Wal; Tuinen nl; Wiki Groenkennisnet; Buitenleven Gevoel; TuinSeizoen; Radar; Biogroei).

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload