Bloembollen combineren

October 17, 2019

Een aantal jaren geleden zag ik een van onze vroegere buren bollen poten. Tulpen. Op elke kale plek tussen de vaste planten kwam er één, keurig netjes op de juiste plantdiepte. In april gingen ze bloeien - mooi purperrood - en toen kon je helemaal goed zien dat ze te ver uit elkaar waren gepoot en het er te weinig waren voor het gewenste effect. Zo jammer.

Sommige bollen komen pas echt uit de verf als je ze op de juiste manier toepast. Krokusjes in het gazon zijn pas echt indrukwekkend als het er een heleboel zijn. Tulpen kun je beter willekeurig over de border verspreiden en niet in rechte blokken of rijtjes zetten. Of, zoals de vroegere buren deden, één voor één verspreid in de border.

Bloembollen kun je uitstekend combineren met vaste planten en heesters. Dat staat niet alleen natuurlijk, maar dit heeft ook nog eens een aantal voordelen:

  • Met bloembollen heb je al vroeg in de lente kleur in de tuin. 

  • Je kunt de meest fantastische kleurencombinaties verzinnen.  

  • Tussen de vaste planten kunnen bollen rustig afsterven zonder dat het afstervende loof teveel in het oog springt.

  • Vaste planten bieden bescherming bij vorst.

  • De textuur van het bollenblad kan wat extra's toevoegen aan de border

Toveren met bollen

Zelf raakte ik pas echt geïnspireerd om bollen en vaste planten te mixen door het boek van Jacqueline van der Kloet 'Toveren met bollen'. Ik begon hiermee in onze vorige tuin. Daar zette ik bosanemonen (Anemone nemorosa), winterakoniet (Eranthis hyemalis) en hondstand (Erythronium dens-canis) onder de heesters tussen vaste planten als salomonszegel, lelietjes van dalen, ooievaarsbek en varens. Iets verderop onder de purperbladige hazelaar (Corylus maxima 'Purpurea') combineerde ik narcissen met bonte gele dovenetel. Dat stond heel mooi.

Bij de schutting met klimop en kamperfoelie liet ik sneeuwklokjes (Galanthus) en blauwe druifjes (Muscari) tussen de maagdenpalm groeien. Het doorkomende blad was al mooi om te zien en in januari stak het wit van de sneeuwklokjes mooi af tegen het donkergroene blad van de klimop en de maagdenpalm. Na de sneeuwklokjes namen de blauwe druifjes het stokje over en rond die tijd - maart - bloeide ook de maagdenpalm met blauwe-, paarse- en witte bloemetjes.

Blauwe druifjes zijn heel gemakkelijk en sterk. Ze doen het eigenlijk overal wel en verwilderen goed en het worden er ieder jaar meer, net als sneeuwklokjes.

 

Feest van bloembollen en vaste planten

Straks in het voorjaar wil ik hier in de tuin allerlei soorten bloembollen zien bloeien. Er stond al van alles (daslook, (Allium ursinum), bosanemonen (Anemone nemorosa) en 'n enkele Spaanse boshyacint (Hyacinthoides hispanica) en daarop borduur ik voort. 

Het voorjaar begint met winteraconieten (Eranthis heymalis), die ik voor en in't midden van de border zette. Ze bloeien vroeg (januari), als de grond nog kaal is. Op een geschikt plekje zaaien ze zichzelf uit. Op buitenplaatsen vormen ze soms grote geel met groene 'tapijten', misschien heb je dat wel eens gezien?

Als het maart is gaan de blauwe druifjes (Muscari). bloeien. Ik plantte ze bij de schutting, tussen de vrouwenmantel. We hebben er goed zicht op, vanuit de woonkamer. Ik wil er nog wat narcissen bij doen, maar wacht even omdat ik wil zien waar precies de blauwe druifjes opkomen (...). Misschien witte narcissen (Narcissus 'Thalia') of de dichtersnarcis (Narcissus poeticus recurvus). Tulpen ('Spring Green') zou ook mooi staan, maar helaas worden veel tulpen hier in de tuin opgegeten door de muizen.

Later in het voorjaar (april) komt wat verderop daslook boven (Allium ursinum). De witte bloemen vormen een frisse combinatie met lievevrouwebedstro, de geelgroen bloeiende wolfsmelk en varens. 

 

Mooie combinaties op de juiste plek

De meeste bolgewassen houden niet van natte grond. De grond waarin ze komen moet goed doorlatend zijn. Enkele soorten staan juist wel graag op vochtige plekken (daslook (Allium ursinum), driekantig look (Allium triquetrum), zomerklokje (Leucojum aestivum) en kievitsbloemen (Fritillaria meleagris).

Bijna altijd staan de vaste planten en heesters al in de tuin en plant je daar de bollen tussen of onder. Voor een mooie combinatie laat je de kleur van de bollen passen bij de bloemkleuren en bladstructuur van de vaste planten en heesters. Dit is lastiger zijn dan je denkt. Een verkeerde keuze van kleuren resulteert al gauw in een druk, onrustig geheel. Daarnaast heeft elke kleur weer een ander effect. Door kleuren te combineren ontstaat er een bepaalde uitstraling, bijvoorbeeld: vrolijk - geel/wit; fris - geelgroen/wit; elegant - wit/grijsgroen; spetterend - oranje/rood.

Het contrast is het grootst als je koele kleuren met warme kleuren mixt, zoals geel met blauw of oranje met blauw. Hiermee moet je wel oppassen, want het wordt al snel onrustig. Een combinatie van één of twee kleuren die dicht bij elkaar liggen vormen een samenhangend geheel, bijvoorbeeld: groen met blauw; geel met groen, rood en oranje en rood en roze.

Door herhaling van kleuren ontstaat er rust. Bij de kleurcombinatie 'groen met wit en blauw'(zie hieronder) hebben zowel de ooievaarsbek als de camassia blauwe bloemen. Het groene blad van de vrouwenmantel komt terug in de bloemkleur van de tulp 'Spring Green'; deze is roomwit met 'groene' vlammen.

 

Combinaties voor zonnige plekken:

Wit met blauw

Witte bloesem van het krentenboompje (Amelanchier lamarckii) met Oosterse sterhyscint (Scylla sibirica), wilde- of boshyacint (Hyacinthoides non-scripta) of blauwe anemoon (Anemone blanda). 


Groen met wit en blauw

Vrouwenmantel (Alchemilla mollis), ooievaarsbek (Geranium renardii 'Philippe Vapelle') met prairiebloem of camassia (Camassia esculenta ) en tulp (Tulipa 'Spring Green').

 

Siberische vergeet-mij-niet (Brunnera macrophylla) en hartlelie of hosta (Hosta decorata decorata) met Oosterse sterhyacint (Scylla sibirica) en narcis (Narcissus 'Thalia').

 

Blauw met groen en later rose

Oosterse sterhyacint (Scylla sibirica), donkere ooievaarsbek (Geranium phaeum), longkruid (Pulmonaria). Longkruid heeft paarsblauwe bloemetjes die later rose kleuren.

 

Blauw met geel en wit

Klokjesbloem (Campanula portenschlagiana) met tulpjes (Tulipa turkestanica) en (Tulipa tarda). 

 

Rood met groen

Tulpen (Tulipa 'Red Shine') met daglelie (Hemerocallis).

 

Combinaties voor in de schaduw:

Wit met groen

Mannetjesvaren (Dryopteris filix-mas) met daslook (Allium ursinum).

 

Blauw met groen

Wilde- of boshyacint (Hyacinthoides non-scripta) met mannetjesvaren (Dryopteris filix-mas).

 

Purper met blauw met geel en wit

Donkerbladige vlier (Sambucus nigra 'Guincho Purple') en donkere ooievaarsbek (Geranium phaeum), met franjekelk of franjekopje (Tellima grandiflora) en narcis ('Satin Pink')

 

Groen met wit en geel

Bonte gele dovenetel (Lamiastrum galeobdolon subsp argentatum) met narcis ('Jenny').

 

! Vanaf half oktober kun je nog narcissen, tulpen en nog wat andere soorten bollen planten. Sieruien (Allium) en voorjaarsanemoon (Anemone coronaria) zijn de laatste bolgewasen die je kunt planten, tot in december.

 

(Bron: Toveren met bollen - Jacqueline van der Kloet; TuinSeizoen) 

Rode- en rozerode tulpen boven het groene blad van ooievaarsbek ^

(Geranium macrorrhizum 'Spessart') 

De maagdenpalm (Vinca minor) oogt een stuk minder saai met bollen ertussen ^

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload