Elke vogel z'n voer

November 20, 2019

Onze tuin is een waar mussenparadijs. De huismussen (Passer domesticus) nestelen onder de dakpannen, zoeken 's winters beschutting in het coniferengroen en eten dagelijks al het vogelvoer op dat ik de tuinvogels aanbied. Ze hangen zelfs als mezen aan de pindasilo! De vetbollen in de houder zijn favoriet, ze gaan in één dag op. Of ik er nou één, twee of vijf vetbollen in stop. Op! Alleen de hazelnoten, die ik neerleg voor de specht en de boomklever, blijven over en ook het fruit in het vogelhuis op de grond dat ik heb neergezet voor de merels laten ze liggen. De merels hebben het pas een paar dagen geleden ontdekt. Ze zochten tot nu toe ze liever naar wormen op het grasveld of aten van de sierappeltjes van de Malus.

'Elk vogeltje eet zoals het gebekt is' luidt de kop van een artikel van De Vogelbescherming en van Nature Today. Wil je een variatie aan vogels in je tuin? Zorg dan voor een variatie aan vogelvoer. 

 

Variatie vogelvoer

Het wordt zo langzaam aan kouder. De vogels kunnen wel wat extra energie gebruiken om warm te blijven. Met vetrijke producten als vetbollen, pinda's, vogelpindakaas en halve kokosnoten help je ze de winter door. Vooral als het vriest en er sneeuw ligt is bijvoeren van levensbelang. Met een gevarieerd aanbod vogelvoer trek je allerlei soorten vogels aan.

Voer liefst 's ochtends en tegen het einde van de middag. Na een lange, koude nacht zijn de vogels toe aan een flink ontbijt en tegen de avond hebben ze een stevige hap nodig om de nacht door te komen! Voer niet teveel tegelijk om geen muizen en ratten aan te trekken. Geef nooit voedsel waarin zout is verwerkt (chips, kaas, zoute pinda's), in broodkruimels zit al zout genoeg. Geef ze ook geen margarine of boter; dit werkt laxerend.

Fruit, zoals appels, geef je het beste gehalveerd of in z'n geheel omdat het anders makkelijk bevriest. 

 

Snavelvormen en voedselkeuze

Elke vogel heeft z'n voorkeur voor bepaald voedsel. Aan de bouw van de snavel kun je zien wat ze eten:

  1. kegelsnavel - kort en stomp; komt voor bij zaadeters. Er kan mee worden gekraakt. Bij: mezen, vinken, sijzen, putters, ringmussen en duiven.

  2. pincetsnavel - lang, spits en smal; komt voor bij insecteneters. Bij: spechten, boomklevers, winterkoning, roodborst, heggenmus, roodstaart.

  3. haaksnavel - scherp met een haak; komt voor bij vleeseters (vooral roofvogels maar ook papegaaien, die er noten en zaden mee eten). De prooi kan ermee in stukken worden gescheurd. Bij: uilen, buizerd, sperwer, torenvalk, papegaaien.

  4. priemsnavel - lang, dun en vaak gekromd; komt voor bij strand- en weidevogels. Ze halen hiermee wormen, larven, insecten en weekdieren uit de grond of de bodem van ondiep water. Bij: kluten, wulp en strandvogels.

  5. zeefsnavel - breed en plat; komt voor bij planktoneters. Met de zeefsnavel wordt het wateroppervlak afgeslobberd naar voedsel. Bij: eenden, meerkoeten, knobbelzwanen en ganzen.

Tuinvogels - wie eet wat en waar

Het is het allerbeste als de vogels hun voedsel in de natuur vinden. Houd je van vogels? Richt je tuin zo in dat er voor elke vogel wat wils is. Bloemen, zaden, bessen, noten, fruit, grasveldje, rommel- hoekjes met bladeren, takken, etc. Zorg ook voor struikgewas en water. 

Bijvoeren is vooral in de winter belangrijk, als natuurlijk voedsel niet meer te vinden is (insecten, wormen, slakken, larven, etc).

Welke vogels geef je nou wat, en waar bied je dit aan? Deze handige rijtjes heb ik van De Vogelbescherming:

  • Mussen/vinken/groenling - strooivoer, granen, gebroken mais, zonnebloempitten, onkruidzaden vetbollen en pinda’s. Ze overwinteren in groepen en eten liefst op de grond of op de voedertafel.

  • Roodborst/winterkoning/heggenmus - meelwormen of insectenmix. Ook een fijn zaadmengsel, ongekookte havermout of wat broodkruimeltjes zijn goed. Leg het voer op een tiental beschutte plekjes op de grond en geef meerdere keren een klein beetje. Ze struinen een paar keer per dag door de tuin en volgen een route met kansrijke plekjes. Specht en boomklever - hazelnoten en vetbollen met insecten. 

  • Mezen (pimpel-, kool-, kuif-, zwarte mees) - pinda's, vetbollen, kokosnoten, vogelpindakaas, zonnebloempitten, silomix. Plaats het voer in houders, mezen zijn net acrobaten. Haal de plastic netjes eraf, ze kunnen erin verstrikt raken. 

  • Merel/spreeuw/lijsterachtigen (zanglijster, kramsvogel en koperwiek) - halve (rotte) appels of peren en (gewelde) krenten of rozijntjes. Ze lusten ook zoutloze etensresten, verkruimelde vetbollen of strooivoer, want ze zijn helemaal niet kieskeurig. Maak drie of vier voerplekken op de grond, ze zijn erg competatief en vechten snel.

(Bron: De Vogelbescherming; Nature Today)

Pimpelmees op de pindahouder ^ 

Mussen eten van de vetbollen ^

De grote bonte specht komt een paar keer per dag hazelnoten halen uit het vogelhuisje of van de ^ picknicktafel. Dit is het mannetje; hij heeft een rode vlek in de nek. Het vrouwtje heeft een geheel zwarte kruin.

 

 

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload