Vogelgeluiden

January 16, 2020

We zitten al weer in de tweede helft van januari! Het is al merkbaar langer licht en het wordt nu pas rond 17:00 uur donker. De vogels zijn al weer begonnen met zingen! Deze drang ontstaat door veranderingen in de lichtintensiteit. Sommige vogels hoor je het hele jaar zingen, zoals de roodborst (Erithacus rubecula), maar het hoogtepunt van hun zang ligt in maart-april. Ook de roodborst vrouwtjes zingen, vooral in de herfst als ze een eigen territorium gaan innemen. Roodborsten zingen soms zelfs midden in de nacht, bij volle maan of bij genoeg licht van straatlantaarns.

De boomklever (Sitta europaea) is een vogel die je al vroeg in het jaar kunt horen, zo nu en dan al vanaf december. De heggenmus (Prunella modularis) begint zelfs al rond kerst. 

Hier in de tuin zitten veel koolmezen. De koolmees (Parus major) kun je soms ook al in december horen maar zingt vooral vanaf half februari. 

 

Roep of zang 

Vogelgeluiden zijn in te delen in roep of zang. Het komt er in de praktijk op neer dat de zang langer is. Vogelmannetjes zingen om hun territorium te verdedigen of om een vrouwtje te lokken. Ze zingen vooral vóór en aan het beging van de broedtijd. Bij veel vogelsoorten zingen ook de vrouwtjes (o.a. de roodborst).

De roep is veel korter. Deze komt het hele jaar voor en is gebonden aan verschillende omstandigheden waarvoor er verschillende roepen bestaan: alarmroep, lokroep, bedelroep van de jongen, paarroepen, etc. 

Vogels hebben een heel scala aan geluiden. Een geluid dat maximaal drie lettergrepen - elementen - bestaat (tsjik, tsjidik of fit-tjéktjék) is een roep. Zijn de geluiden langer (minstens vier elementen of meer) dan is dit een zang. Uitzondering hierop is de alarmroep; deze bestaat bij vrijwel alle soorten vogels uit een reeks snel herhaalde elementen van harde, opgewonden tonen, allemaal op dezelfde toonhoogte.

Soms herken je het geluid dat een vogel maakt. Denk aan een vaak gehoorde alarmroep van de merel, die klinkt als een luid: 'pit pit pit...'uiteindelijk eindigend op een hoger en dalend 'viwiwiwiwi', terwijl de merel wegvliegt.

 

Vogelgeluiden herkennen

Zo af en toe zie je een vogel roepen of zingen, maar vaker niet! Dan vraag je je wellicht af welke vogel het is!?

Ik volgde ooit een cursus 'Vogelgeluiden herkennen', maar als je de opgedane kennis niet bijhoudt ben je alles zo weer kwijt. We kregen zowel binnen als 'in het veld' les en hadden huiswerk. Iedere cursist kreeg een boek met CD ('Wat zingt daar?' van de KNNV.). Vaak oefenen hielp erg, vooral het buiten luisteren naar vogelgeluiden. We leerden het meest van ervaren vogelaars, de echte deskundigen met jarenlange ervaring. Als we in groepjes op pad gingen, luisterend, zoekend en speurend naar vogels, wezen ons op kenmerkende verschillen. Ze leerden ons allerlei handige associaties en ezelsbruggetjes als geheugensteuntje om een bepaald geluid te koppelen aan een bepaalde vogel. Ze moedigden ons aan om zelf ook ezelsbruggetjes e.d. te verzinnen, vaak vrij makkelijk te onthouden woorden (winterkoning - wekkertje), of korte zinnetjes (zanglijster - moeder roept haar kinderen) of alleen klanken.

We leerden ook in welke biothoop je welke vogels kunt aantreffen. Elk landschap trekt z'n eigen vogels aan. De voorkeur voor een bepaald gebied van een vogel - hun biothoop - hangt af van de aanwezigheid van hun voorkeursvoedsel. Door kennis van zo'n biothoop kun je bepaalde vogels uitsluiten (een karrekiet zit niet in een naaldbos en een groene specht niet in het riet). Maar pas op: tijdens de trek kun je overal vogelsoorten horen! Er zijn acht verschillende biothopen:

  • bebouwd gebied

  • park en tuin

  • loofbos

  • naaldbos

  • agrarisch gebied

  • heide, droge graslanden en braakliggende gronden

  • moeras/oevers

  • duinen

Vogeldialecten

Wist je trouwens dat een vink aan de Duitse grens weer net wat anders klinkt dan een vink uit Zuid-Holland? Dialecten komen voor bij vogels die liedjes van soortgenoten leren en een repertoire van één of enkele liedjes hebben, zoals: vinken, mezen, merels, spreeuwen en geelgorzen. Als die vogels elkaar horen, gaan hun liedjes op elkaar lijken. Als ze elkaar niet horen, is de kans groot dat ze gaan afwijken. In het artikel 'Hebben vogels dialecten' (Francien Yntema) werd dit heel treffend vergeleken met het doorvertellen van een roddel. Het foutloos doorvertellen van een verhaal is lastig, al snel ontstaan er vervormde versies. In groepen vogels die van elkaar gescheiden zijn stapelen imitatiefouten zich plaatselijk op tot dialecten.

 

Genetische variaties en verschillen

Engelse plattelandsduiven klinken weer anders dan Amsterdamse stadsduiven. Dat ligt 'm niet aan imitatiefoutjes, want duiven leren - net zoals kippen, eenden, ganzen en roofvogels - geen geluiden van soortgenoten, dus ze vormen ook geen dialecten. Het geluid dat ze maken klinkt anders door genetische variaties en verschillen in leeftijd, lichaamsgrootte, geslacht en conditie. Een duif in goede conditie kan tonen langer aanhouden in vergelijking met een zwakke, ongezonde duif. Geen wonder dat een Amsterdamse 'patatduif' anders koert dan Engelse plattelandsduif, die blaakt van gezondheid.

 

(Bron: Vogelwacht Delft en Omstreken; Wat zingt daar - Dick de Vos en Luc de Meersman; Vroege Vogels; Hebben vogels dialecten - Francien Yntema)

De koolmees (Parus major) heeft een paar noten op zijn zang waarmee hij veel motieven kan zingen, die soms tweedelig, dan weer driedelig zijn. Een paar van de meest voorkomende motieven zijn: tietiepu / titu-titu-titu / prit-priti.

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload