Het laatste tuinstukje

Mijn moeder had een sterk gestel. Ze had energie te over en werkte tot op hoge leeftijd in de grote tuin van de serviceflat waar ze met mijn vader heen was verhuisd. Nee, ze deed geen zware tuinklussen meer, maar gewoon dingen als wieden, snoeien, bollen poten, blad harken. Jeweetwel. Tuinonderhoud. Daar draaide ze haar hand niet voor om en ze genoot er met volle teugen van. Zo wou ik ook oud worden - sterker nog, ik ging ervan uit dat ik nog heel wat gelukkige en productieve tuindecennia in het verschiet had liggen. Je leest het goed; decennia.


Toen we dit huis met de heerlijk besloten tuin kochten was de start veelbelovend. Na het puinruimen (waaronder het slopen van de konijnen- en kippenhokken en de krakkemikkige boomhut) kon het echte tuinwerk beginnen. Als een wervelende derwisj pakte ik het ene na het andere project aan. Zo spitte ik bijvoorbeeld een geul voor de beukenhaag, dwars op het pad en toen mijn rug protesteerde ging ik gewoon op mijn knieën verder en rustte niet voordat alle beukjes in de grond stonden, keurig in 't gelid. De tuin werd hoe langer hoe meer mijn tuin.


Het allereerste teken dat tuinieren tot op hoge leeftijd niet voor mij was weggelegd kwam bijna vier jaar geleden. Tijdens het snoeien van de laurierhaag aan de straatkant - met de hand - werd ik opeens duizelig. En niet zo'n beetje ook; ik kon maar met moeite rechtop staan en het huis binnen strompelen. De aanval was zo hevig dat ik mijn bed in moest en daar vervolgens urenlang lag te tollen als een stampend schip in de storm. Afschuwelijk.

Zo plots als de aanval begon was deze ook weer afgelopen, al bleef ik nog een tijd lang erg moe. Toch stortte ik me al gauw weer op de tuin. Niet meer de laurierhaag maar er was genoeg te doen en tuinieren was wat ik het liefste deed. De tuin was, samen met de rust hier in het noorden, juist de reden dat wij hier kwamen wonen.


Nu zijn we vier jaar verder en o, wat is er veel gebeurd. Zowel in de wereld als voor mij persoonlijk. Stukje bij beetje groeide het besef dat ik helaas niet uit hetzelfde hout ben gesneden als mijn moeder. Tuinieren gaat nu al bijna niet meer. Ik kan de tuin niet meer aan en moet leven met mijn beperkingen op gezondheidsgebied. Dat moeten we allemaal, vroeger of later. Accepteren hoe het nu is kost tijd en is nog steeds een bittere pil. Het voelt alsof er een stukje van mijn ziel gewond is. Bovendien is het zeer confronterend. Ik zie elke dag wat er moet gebeuren maar ik kan het gewoon niet meer. P., de lieverd, doet erg zijn best voor mij, maar hij houdt nou eenmaal niet van tuinieren...


Nu kom ik op mijn tuinstukjes. Nu ik letterlijk niet meer in of met mijn tuin bezig ben en hier nog erg mee zit (...) kan ik niet meer vol passie over mijn tuin schrijven. Ik schreef al minder en een paar keer, waaronder deze maand, stuurde ik jullie, trouwe volgers, niet eens een nieuwsbrief. Er waren te weinig nieuwe stukjes. Er gebeurt nauwelijks meer wat in de tuin wat het vermelden waard is en als er wat gebeurt zie ik het niet of wil ik er niet aan. Ik zou nog kunnen teren op wat er ooit was maar dat vind ik niet kwaliteit leveren. Ook mijn creativiteit is weg, verdrongen door het verdriet van het niet meer kunnen. Dus, lieve mensen, het is tijd om te stoppen. Niet alleen met tuinieren maar ook met tuinstukjes. Dat is niet leuk maar beslist niet het einde van de wereld. Er zijn nog genoeg leuke tuinblogs van mensen die vol in het leven (lees: in de tuin) staan! Zoek en gij zult vinden.

Ik heb intens van mijn tuin(en) en van mijn tuinblog genoten en toegegeven, al zat ik eerst bij de pakken neer, nu ga ik me richten op wat nog wél gaat. Als er één deur sluit gaat er ergens anders een deur open. Ook al is dat niet de tuindeur.


Dank dat jullie er waren,


Sylvia